Duolingo Wiki
Advertisement
Duolingo Wiki

Compound Nouns is the fifty-first (assuming left to right) skill in the Dutch language tree. It contains three lessons that teach several common compound words in Dutch.

Lessons[]

Lesson 1[]

  • de zwembroek = swimsuit
  • de kinderschoen = children's shoe
  • het varkensvlees = pork
  • het hoofdkantoor = headquarters, head office
  • het winkelcentrum = shopping mall
  • het wc-papier = toilet paper

Lesson 2[]

  • morgenavond = tomorrow evening
  • het sinaasappelsap = orange juice
  • het aardbeiensap = strawberry juice
  • het citroensap = lemon juice
  • de groentesoep = vegetable soup
  • de winterkleren = winter clothes
  • de vrouwenkleren = women's clothing
  • de zomerkleren = summer clothing
  • mondagochtend = Monday morning
  • woensdagmiddag = Wednesday afternoon
  • gisteravond = yesterday evening

Lesson 3[]

  • de woonplaats = place of residence, address
  • de achtertuin = backyard
  • het kinderboek = children's book
  • het stadhuis = city hall
  • het landhuis = country house
  • de huurauto = rental car
  • de werkplaats = workplace
  • de speeltuin = playground
  • de handboek = the hand book
  • de brandweerauto = fire truck
  • de zitplaats = the seat
  • de groentetuin = vegetable garden
  • het luisterboek = audiobook

References[]

Duolingo Lesson: www.duolingo.com/skill/dn/Compound-Nouns